Storystarter: verzin verhalen door wie, wat, waar in te vullen

← Terug naar overzicht -

computerman en kleren
Doel: de kinderen
– leren verhalen schrijven
– ontwikkelen hun creativiteit

Kern

De kinderen bedenken een verhaal bij de gedobbelde woorden.

Werkwijze

Wolk 1: bijvoeglijk naamwoorden
Bijvoorbeeld: boze, koude, grote, jarige, harige, vlekkerige, etc.

Wolk 2: zelfstandig naamwoorden, denk hierbij aan mensen, dieren, dingen, eten of fantasiewezens.
Bijvoorbeeld mug, fiets, kanon of patat, toverfee, koe, boom, etc.

Wolk 3: werkwoorden, dus dingen die je kunt doen
Bijvoorbeeld fietsen, spelen, slapen, springen, zweven of computeren.

Wolk 4: plaatsbepalingen
Bijvoorbeeld: straat, bed, bagagekluisje, supermarkt, zolder, bos, etc

Dobbel nu een combinatie, kunnen de kinderen daar een verhaal bij verzinnen. Herhaal dit meerder keren. Je kunt ook elke nieuwe combinatie laten aansluiten op wat er bedacht is.

Voorbeeld:

* Blij + koe + vliegen + straten
* Vierkant + boom + springen + tuin

Samen kan dit dan worden:
Er was eens een hele blije koe. Hij huppelde door de straten. Hij maakte er ook sprongetjes bij en  ineens landde hij niet meer. Hij bleef zweven, hij vloog! Hij kon alleen niet sturen en vloog recht op een boom in de tuin van buurman Pietje af. Een grote, vierkante boom. De koe wilde zijn ogen dicht knijpen maar toen zag hij ineens dat de boom opzij sprong.

Bekijk nog meer speelse taaloefeningen

Wat oefen je: creatief schrijven

Inspireer anderen:
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  


Meer berichten in Alle 28 activiteiten op een rij