Wat kun je ermee?

Door te denkdobbelen kun je bijvoorbeeld gekke denkvragen, verrassende verhalen, hilarische gedichten en toneelstukjes maken. Bovendien worden er steeds nieuwe spelideeën bedacht. Deze vind je bij de Denkdobbeltips.

Denkvragen

gekke vragengedichtMet het spel kun je bijzondere vragen creëren.

  • Mogen eenhoorns blaffen?
  • Kunnen bananen boogschieten?
  • Willen kabouters vallen?

Gekke vragen inderdaad maar juist ook door dingen die we in de werkelijkheid niet kennen kun je leren logisch redeneren. De volgende redenering klopt bijvoorbeeld qua logica, al is de inhoud onzin: Alleen honden kunnen vliegen – Hector vliegt – dus Hector is een hond.
Ter illustratie een stukje uit een gesprek met kleuters:

Kunnen aardappels binnen spelletjes spelen?
‘Nee, want ze hebben geen handen en voeten.’
Q Heb je voor alle spelletjes handen en voeten nodig? Bijvoorbeeld voor ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet?’
‘Nee, maar daar heb je wel ogen voor nodig.’
Q Zijn er spelletjes waar je niks voor nodig hebt?
‘Jawel! Voor wie kan het langste stil liggen!’
‘Ja, dat is inderdaad een spelletje dat aardappels kunnen spelen!’

Verhalen

computerman en klerenJe kunt het spel ook als zogenaamde story starter gebruiken. Vul dan in de wolken bijvoorbeeld wie, wat, waarmee en waar in. Een groepje kinderen dobbelde bijvoorbeeld deze twee combinaties van woorden:
* koe + vliegen + straten + kroon
* boom + springen + tuin + multomap

Hiervan maakten ze het volgende verhaal:

Er was eens een hele blije koe met een kroon op zijn hoofd. Hij huppelde door de straten en maakte gekke sprongetjes. Maar ineens landde hij niet meer. Hij bleef zweven, hij vloog! Hij kon alleen niet sturen en vloog recht op een boom in de tuin van buurman Pietje af. Een grote boom vol met multomapblaadjes. Dat zou een harde klap worden. De koe wilde zijn ogen dicht knijpen maar toen zag hij ineens dat de boom opzij sprong.

Toneelstukjes

Door wie (twee maal), wat en waar in te vullen kun je improvisatie-opdrachten maken. Vervolgens kun je daar eventueel filosofische gesprekjes aan koppelen.

Zo werd een keer deze combinatie gedobbeld: supermarkt + Sinterklaas + badmeester + ruzie. De kinderen bedachten dat de badmeester met zijn winkelkarretje tegen Sinterklaas aan botste en dat de badmeester heel boos werd. Vervolgens speelden de kinderen dit uit. Daarna vroeg de leerkracht: “Mag je ruzie maken met Sinterklaas?” Zo breng je op speelse wijze een ethisch vraagstuk ter sprake.

Gedichten

Als je zorgt dat in de laatste wolk alle woorden op elkaar rijmen kun je ook denkdobbelgedichten maken. Bijvoorbeeld:

* Rode + nijlpaard + blij + hakken
* Gouden + pinguïn + ongeduldig + bakken
* Witte + giraf + verdrietig + smakken

werd:

vragengedicht op rijmHet rode nijlpaard zit blij walnoten in stukjes te hakken
Want de gouden, ongeduldige pinguïn wil walnotenkoekjes bakken
maar o jee de witte giraf zit met het deeg zijn verdriet weg te smakken

Kinderen liggen in een deuk bij dit soort gedichten. Je kunt ook een ‘gekke vragengedicht’ maken. Boven aan de pagina zie je een gedicht van een groep 3 die in kleine groepjes gekke vragen op strookjes schreef en deze vervolgens onder elkaar plakte. Een meisje uit groep 6 liet zelfs alle vragen op elkaar rijmen, zie hiernaast.

Nog meer?

Er zijn nog veel meer gebruiksmogelijkheden te bedenken. Weet je ook een leuke toepassing? Verstuur dan een tip via de pagina Denkdobbeltips. Daar vind je ook de ideeën van andere gebruikers.

Inspireer anderen:
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •